Laden

Vertalingen [20]

De vijf voortekens

Zo is het gezegd door de Bhagavat, door de Arahant. Zo heb ik het gehoord:

“Monniken, wanneer een god op het punt staat om weg te vallen uit het gezelschap van de devas wordt dit aangekondigd door vijf voortekens: zijn bloemenslingers verwelken; zijn klederen worden vuil; hij zweet onder zijn oksels; zijn lichaamskleur wordt vaal; en de god verheugt zich niet langer over zijn hemelse staat.

De devas, die de voortekens opmerken dat de god op het punt staat om weg te vallen uit hun gezelschap, bemoedigen hem met volgende drie verbale aansporingen:

‘Ga van hier, vriend, naar een goed bestaansrijk. Wanneer je in dit goede bestaansrijk aangekomen bent, verkrijg daar een voordeel dat goed is om te verkrijgen. En wanneer je dat voordeel, dat goed is om te verkrijgen, effectief bekomen hebt, moet je er stevig in verankerd raken.”

Wanneer de Boeddha uitgesproken was, stelde een monnik volgende vraag aan de Verhevene:

‘Heer, wat wordt door de devas beschouwd als een goed bestaansrijk? Wat wordt door de devas beschouwd als een voordeel dat goed is om te verkrijgen? Wat wordt door de devas beschouwd als een stevige verankering?’

De Verhevene antwoordde als volgt:

‘Door de devas wordt het menselijke bestaansrijk als een goed bestaansrijk bestempeld. Wanneer een menselijk wezen vertrouwen verwerft in de door de Tathagata gepredikte Leer en Discipline, wordt dit door de devas beschouwd als een voordeel dat goed is om te verkrijgen. En tenslotte: wanneer dit vertrouwen onwrikbaar is, stevig geworteld, sterk en niet vernietigd kan worden door geen enkele samana of brahmaan, noch door een god, noch door Mara noch door Brahma of door wie dan ook in de wereld, dan wordt dit door de devas beschouwd als stevig verankerd.”

Dit is de betekenis van wat de Bhagavat gezegd heeft. In verband hiermee zei Hij het volgende:

“Wanneer het leven van een god
In het Hemelrijk uitgeput is
Wordt hij verbaal aangespoord door de devas
Op drie manieren:

‘Ga, Vriend, naar een goed Bestaansrijk—
Ga naar het menselijke Bestaansrijk.
Door mens te worden kan je een onovertroffen
Vertrouwen verwerven in de ware Dhamma”.

Wanneer dit vertrouwen onwrikbaar wordt,
Stevig geworteld is en sterk,
Wordt de ware, goed uitgelegde Dhamma
Levenslang onwankelbaar.

Door lichamelijk wangedrag te verbannen,
Evenals verbaal wangedrag,
En mentaal wangedrag,
En alles wat als foutief gedrag
Kan beschouwd worden,

Door heilzame daden te verrichten,
Zowel lichamelijk als met woorden,
Als met gedachten,
Onmetelijk en vrij van verlangen,

Wanneer je deze verdiensten als basis neemt
En ze door vrijgevigheid nog overvloediger maakt
Zal je andere mensen aanzetten om
Toevlucht te nemen tot de Dhamma en het heilig leven.

Wanneer de devas weten dat een god
Wegvalt uit hun midden,
Dan moedigen zij hem met deze woorden aan:
‘Kom terug naar hier, god, steeds opnieuw.””

Ook dit is de betekenis van wat de Verhevene gezegd heeft.

Zo heb ik het gehoord.

Commentaren [1]