‘Buiten de muren en aan de kruisingen
en viersprongen kan men ze vinden;
tegen de deurstijlen geleund, zijn ze
teruggekeerd naar hun vroegere woonsten.Wanneer een overvloedig maal
met voedsel en drinken geserveerd wordt
herinnert niemand hen
omwille van hun vroegere daden.Zij die mededogen hebben
met hun overleden verwanten
geven hen op geregelde tijdstippen
lekker en smakelijk voedsel en drank
denkende:
“Moge dit voor onze verwanten zijn.
Mogen zij gelukkig zijn !”En zij die zich hier verzameld hebben
—de verzamelde schaduwen van de verwanten—
geven uit waardering
voor de overvloedige spijs en drank
hun zegen:
“Mogen onze verwanten die ons
deze gift schenken lang leven.
Zij vereren ons
en de gevers zullen niet zonder
beloning achter blijven.”Omdat er in hun bestaanssfeer
geen landbouw bestaat,
geen kudden, geen veeteelt,
geen handel,
geen koop en verkoop,
leven de hongerige geesten van de overledenen
van wat hen door de levenden
gegeven wordt.Zoals regenwater van de berg
naar het dal stroomt,
komt alles wat hier gegeven wordt
de doden ten goede.Zoals rivieren, vol met water,
de oceaan vullen,
komt alles wat hier gegeven wordt
de doden ten goede.'Hij schonk het mij; hij werkte voor mij;
zij waren mijn verwanten, mijn metgezellen,
mijn vrienden’:
Men moet giften doen aan de doden,
wanneer men reflecteert aan wat
zij vroeger hebben gedaan.Want noch wenen, noch rouwen, noch weeklagen,
brengen de geesten baat
als de verwanten het hier bij laten.Wanneer deze gift gegeven, goed besteed,
aan de Sangha gegeven wordt,
komt de baat hen onmiddellijk ten goede
en dit levert voordeel op voor lange tijd.Op deze manieris de plicht tegenover verwanten ingelost;
eer is betoond aan de overledenen;
en kracht is aan de monniken gegeven.
De verworven verdienste hiervan is niet klein.’
Commentaren [0]