Laden

Vertalingen [19]

Over Pilinda

Aldus heb ik gehoord.

Eens verbleef de Bhagavat in Rajagaha, in het Veluvana—in het Bamboe-bos, bij de Eekhoornvoederplaats.

Op dat ogenblik had de Eerwaarde Pilindavaccha de monniken verontwaardigd door hen 'kastelozen’ te noemen. Daarop begaven een aantal monniken zich naar de plaats waar de Bhagavat zich bevond. Daar aangekomen begroetten zij hem respectvol en zetten zich respectvol ter zijde. Toen ze eenmaal gezeten waren zeiden ze tot de Bhagavat:

“Heer, de Eerwaarde Pilindavaccha heeft de monniken uitgescholden als 'kastelozen.”

De Bhagavat riep één van de monniken naar Hem toe en zei:

“Ga jij, Monnik, in mijn naam, naar de Eerwaarde Pilindavaccha en zeg hem dat ik hem wil spreken!”

“Dat zal ik doen, Heer”, zei de monnik en hij begaf zich naar de plaats waar de Eerwaarde Pilindavaccha zich bevond. Daar aangekomen zei hij tot de Eerwaarde Pilindavaccha:

“De Meester wil je spreken.”

“Dat zal ik doen, Broeder”, zei de Eerwaarde Pilindavaccha tegen de monnik. En hij begaf zich naar de plaats waar de Bhagavat verbleef. Daar aangekomen, begroette hij de Bhagavat respectvol en zette zich terzijde. Toen hij gezeten was, zei de Bhagavat tegen de Eerwaarde Pilindavaccha:

“Is het waar, Vaccha, wat ik vernomen heb, dat jij de monniken in uw taalgebruik ‘kastelozen’ noemt?”

“Ja, Heer.” antwoordde de Eerwaarde Pilindavaccha

En de Bhagavat—nadat hij zijn aandacht gericht had op de vroegere levens van de Eerwaarde Pilindavaccha—zei tot de monniken:

“Monniken, neem geen aanstoot aan het taalgebruik van de Eerwaarde Pilindavaccha. Er schuilt geen kwaadheid in zijn woordgebruik. In vijfhonderd opeenvolgende vroegere levens is de monnik Vaccha geboren in een brahmaanse familie. Zo is hij het, voor een lange tijd, gewend geraakt om anderen als ‘kastelozen’ te bestempelen. Vandaar dat hij de onhebbelijkheid ontwikkeld heeft om monniken ‘kastelozen’ te noemen.”

Toen de Bhagavat de betekenis hiervan in zichzelf realiseerde welde—bij die gelegenheid—volgende emotionele en geïnspireerde uitspraak spontaan in hem op:

“Bij wie geen bedriegerij en geen eigendunk bestaat,
Wie zonder begeerte is, onzelfzuchtig, zonder passie,
Wie zijn woede onderdrukt heeft; zijn geest geblust,
Dát is een brahmaan, een samana en een bhikkhu!”

Commentaren [0]