Laden

Vertalingen [18]

Ambachten

Aldus heb ik gehoord.

Eens verbleef de Bhagavat in Savatthi in het Jetavana klooster, gelegen in het park van Anathapindika.

In die tijd was een aantal monniken teruggekomen van hun bedelronde toen, nadat ze zich verzameld hadden in de Ronde Zaal, zich tussen hen volgend gesprek ontspon:

“Wie, Broeders kent een ambacht? Wie van jullie heeft een ambacht geleerd? Welk van de ambachten is het beste?”

Sommigen spraken aldus:

“Het trainen van olifanten is het beste beroep.”

Anderen zeiden:

“Het trainen van paarden is het beste beroep.”

En nog anderen zegden het volgende: “het maken van karren”; of “het maken van bogen“; of “het maken van zwaarden”; of “het communiceren door middel van handgebaren”. Nog anderen zeiden: “het transporteren van goederen”; of “behendigheid in rekenen”. En verder: “bekwaamheid in de schrijfkunst”; of “het schrijven van gedichten”; of “de kunst van het debatteren”. En nog anderen: “de kunst van het bedrijven van politiek is het hoogste ambacht”.

Dit was het onderwerp van gesprek dat plots onderbroken werd doordat de Bhagavat, bij het vallen van de duisternis, uit zijn afzondering was opgestaan en zich naar de Ronde Zaal had begeven. Eenmaal daar aangekomen zette Hij zich neer op de voorbehouden plaats en eenmaal gezeten richtte Hij zich tot de monniken met volgende vraag:

“Waarover, Monniken, ging het gesprek dat zich tussen jullie ontsponnen heeft bij jullie samenkomst. Wat was de aard van het gesprek dat ik door mijn komst onderbroken heb?”

De monniken antwoordden:

“Nadat we onze bedelronde beëindigd hadden, Heer, verzamelden we in de Ronde Zaal en zetten ons neer op onze plaatsen, waar zich de volgende bespreking ontspon:

“Wie, Broeders, kent een ambacht? Wie van jullie heeft een ambacht geleerd? Welk van de ambachten is het beste?”

Sommigen spraken aldus:

“Het trainen van olifanten is het beste beroep.”

Anderen zeiden:

“Het trainen van paarden is het beste beroep.”

En nog anderen spraken als volgt: “het maken van karren”; of “het maken van bogen“; of “het maken van zwaarden”. Nog anderen zeiden: “het transporteren van goederen”; of “behendigheid in rekenen”. En verder: “bekwaamheid in de schrijfkunst”; of “het schrijven van gedichten”; of “de kunst van het spreken”. En nog anderen: “de kunst van het bedrijven van politiek is het hoogste.”

Dit was het onderwerp van gesprek dat door ons gevoerd werd totdat het onderbroken werd toen de Bhagavat aankwam.”

De Boeddha sprak de monniken toe als volgt:

“Het past niet, Monniken, dat jullie, zonen van goede familie, die uit vertrouwen het huis verlaten hebben en de thuisloosheid zijn ingetrokken, dergelijke gesprekken voeren.

Wanneer jullie samenkomen, Monniken, kunnen jullie slechts twee dingen doen: ofwel een gesprek voeren over de Dhamma; ofwel jullie hullen in stilzwijgendheid.”

Toen de Bhagavat de betekenis hiervan in zichzelf realiseerde welde—bij die gelegenheid—volgende emotionele en geïnspireerde uitspraak spontaan in hem op:

“Wie niet van de opbrengst van een ambacht leeft,
Wie zonder deze belastende druk het doel bereiken wil,
Zich door beheersing volledig bevrijdt
De thuisloosheid omarmend, onzelfzuchtig, zonder verlangen,
Vrij van eigendunk, in afzondering vertoeft,
Dát is een monnik!”

Commentaren [0]