Laden

Vertalingen [19]

De jongens

Aldus heb ik gehoord.

Eens verbleef de Bhagavat in Savatthi in het Jetavana klooster, gelegen in het park van Anathapindika.

In die tijd plaagden een aantal jongens de vissen (in een vijver) op een plaats gelegen tussen Savatthi en het Jetavana.

Nadat de Bhagavat’s ochtends zijn gewaad had omgord en zijn bedelnap en monnikspij genomen had, begaf Hij zich naar Savatthi om voedsel te bedelen. Het was toen dat Hij de jongens opmerkte die op een plaats tussen Savatthi en het Jetavana vissen aan het plagen waren.

Toen de Bhagavat dit zag, stapte Hij naar hen toe en vroeg:

“Jongens, vrezen jullie, pijn?”—“Ja, Eerwaarde Heer, wij vrezen pijn. Wij verafschuwen pijn”, antwoordden deze jongens.”

Toen de Bhagavat de betekenis hiervan in zichzelf realiseerde welde—bij die gelegenheid—volgende emotionele en geïnspireerde uitspraak spontaan in hem op:

“Als jullie pijn (dukkha) vrezen, als jullie pijn verafschuwen,
Onthoudt jullie dan van het plegen van een slechte daad
In het openbaar of stiekem.
Als jullie nu een slechte daad begaan
Of in de toekomst een slechte daad zullen begaan,
Dan zullen jullie niet aan pijn ontkomen,
Ook al zouden jullie daarvoor vluchten!”

Commentaren [0]