Laden

Vertalingen [19]

de grote voordracht over de doodlopende straat

[Vraagsteller:]
‘Is voor al diegenen die redetwisten
Doordat ze een vaste opinie aanhangen,
In zichzelf gekeerd verklarend: ‘Dit is de enige Waarheid’,
Het uiteindelijke loon niet beperkt
Tot lof of tot hoon ? ’

[de Boeddha:]
‘De glorie die zij oogsten is een bagatel,
Onvoldoende om vrede te brengen.
Ik zeg u: disputen dragen slechts twee vruchten:
Lof en hoon.
Wie dit inziet, zal zich ver van debatten houden,
En niet-debatteren als de basis van vrede beschouwen.’

‘De Wijze die wéét laat zich niet in met
Persoonlijke opinies.
Waarom zou iemand die alles heeft losgelaten
Zich hiermee inlaten ?
De Wijze verkneukelt zich immers niet
In wat gezien of gehoord is.’

‘Zij die deugdzaamheid als het hoogste doel achten,
Leggen zich toe op zuiverheid en religieuze beoefening.
Zij zeggen:
‘Enkel hierdoor kan zuiverheid gerealiseerd worden’.
Zo overtuigen zij zichzelf
Op deze manier goed bezig te zijn.
Helaas worden zij geconfronteerd met verder ‘worden’.

‘Iemand die verzaakt aan zijn precepten
En beoefening
Is geagiteerd omdat hij beseft dat hij gefaald heeft.
Hij verlangt—hij smacht ernaar—om gezuiverd te worden,
Zoals een arme reiziger verlangt —
En smacht—naar huis.’

‘Maar hij die
Deugdzaam gedrag en religieuze beoefening
Achter zich gelaten heeft,
Evenals alle laakbare en niet-laakbare daden,
En die niet snakt naar ‘zuiverheid’ en ‘onzuiverheid’,
Verblijft vredig,
Vrij van elk grijpen.
Hij houdt zich ver van het ontsteken van nieuw kamma.’

‘Zij die zich vastklampen aan ascetische beoefening en zelfkwelling,
Of aan wat gezien is, gehoord is of gedacht,
Zij huilen met hoge stem naar zuivering,
Maar zij hebben hun begeerte naar ‘worden’ en ‘niet worden’
Niet losgelaten.’

‘Hunkering spruit voort uit verlangen,
Zoals uit elke persoonlijke opinie inzake het bestaan
Angst ontstaat.
Maar iemand voor wie er geen dood en wedergeboorte is,
Zal niet angstig zijn.
Waar zou hij immers naar verlangen?’

[Vraagsteller:]
‘Een doctrine die door sommigen de hemel wordt ingeprezen,
Wordt door anderen als minderwaardig beschouwd.
Vermits beide partijen zichzelf als experts beschouwen
Stelt zich de vraag wie er gelijk heeft.’

[de Boeddha:]
‘Zij verklaren dat hun eigen opinie perfect is.
Zij zeggen dat de opinie van anderen minderwaardig is.
Zo bakkeleien zij; zo discuteren zij;
Alle partijen zeggen dat ze het bij het rechte eind hebben.’

‘Wanneer een opinie minderwaardig en verfoeilijk is
Doordat een tegenstander deze opinie beledigt,
Dan bezit geen enkele opinie ook maar enige verdienste.
Want iedereen zegt dat de opinie van de andere
Minderwaardig en verfoeilijk is,
Terwijl ondertussen de eigen visie nadrukkelijk wordt verheerlijkt.’

‘Zoals ze hun eigen opinies vereren,
Zo verheerlijken ze ook hun eigen Pad.
Wanneer alle doctrines wáár zouden zijn,
Dan zou zuiverheid hen allen persoonlijk toebehoren.’

‘Een ware Brahmaan zal zich niet door anderen laten leiden
Wat dogmatische doctrines betreft;
Daarom heeft hij alle disputen achter zich gelaten.
Hij zal geen enkele doctrine als superieur beschouwen.’

‘Sommigen declareren:‘Ik wéét het. Ik zíe het. Zó is het’.
—Sommigen geloven dat ze zuiverheid kunnen
Bereiken door doctrines.
Maar als zij ‘zien’, wat maakt het uit ?
Zij vergissen zich schromelijk door te
Verklaren dat zuiverheid kan voorspruiten uit iets anders.’

‘Door te ‘zien’, ziet een persoon énkel
Lichamelijke en mentale verschijnselen.
Wanneer hij dit gezien heeft, kent en wéét hij énkel deze twee.
Of hij nu veel ziet of weinig,
Dit brengt hem geen zuiverheid.
Zo zegt de Wijze.’

‘Een persoon, vastgeroest in zijn visies,
Zal dit niet gemakkelijk verstaan.
Hij volgt immers blindelings de doctrine
Die hij zich eigen heeft gemaakt.
Over de doctrine waaraan hij zich afhankelijk heeft gemaakt, zegt hij
Dat ze mooi is, dat ze zuiver is.
Deze doctrine erkent hij als de Waarheid.’

‘De ware Brahmaan laat zich geen dingen opdringen,
Volgt evenmin blindelings doctrines.
Hij is zelfs ongebonden ten overstaan van kennis.
Hij kent de vele doctrines waaraan de anderen zich hechten.
Zij laten hem koud.’

‘De Wijze die zich bevrijd heeft van de ketens van de wereld,
Laat zich niet verleiden tot
Enig standpunt in een debat.
Tussen al diegenen die niet vredig zijn, illustreert hij vrede.
Hij blijft gelijkmoedig.
Zo grijpt hij niet naar datgene waar de anderen naar grijpen.’

‘Hij heeft de oude bezoedelingen overwonnen
En er geen nieuwe aangemaakt.
Hij wordt niet bemeesterd door hechting.
Hij is ondogmatisch.
Hij is volkomen bevrijd van doctrines.
Hij is wijs.
Hij is niet bezoedeld door de wereld.
Hij beklaagt zich niet.’

‘Hij is vredig temidden van alle doctrines,
Die gezien, gehoord of gedacht zijn.
Hij vormt zich geen opinies. Hij heeft geen wensen.
Hij heeft zijn last neergelegd.
De Wijze is totaal bevrijd.
Hij bedwingt zichzelf niet voor wat tijdelijk is.
Evenmin hunkert hij ernaar.’

Commentaren [1]