Laden

Vertalingen [17]

Bhaddiya de dwerf

Aldus heb ik gehoord.

Eens verbleef de Bhagavat in Savatthi in het Jetavana klooster, gelegen in het park van Anathapindika.

Op dat moment volgde de Eerwaarde Bhaddiya, gemeenzaam de Dwerf genoemd, een aantal monniken die zich naar de plaats begaven waar de Bhagavat zich bevond.

En de Bhagavat zag hoe de Eerwaarde Bhaddiya achter de monniken aanliep, mismaakt, afzichtelijk, klein van gestalte, misprezen door de meerderheid van zijn medebroeders.

Wanneer de Bhagavat hem zo zag lopen achter de anderen aan, zei Hij:

“Zien jullie in de verte daar die lelijke monnik aankomen, mismaakt, afzichtelijk, klein van gestalte, misprezen door de meerderheid van zijn medebroeders?”

“Ja, Heer”, antwoordden de monniken.

“Deze eerbiedwaardige monnik, Vrienden, bezit magische kracht. Hij heeft veel meesterschap ontwikkeld. Het door hem bereikte meditatieniveau is niet gemakkelijk te bereiken. Door zijn eigen direct inzicht heeft hij—in dít bestaan—het onovertroffen doel van het heilige leven bereikt waarvoor zonen van goede familie het huis verlaten en de thuisloosheid intrekken. Dit heeft hij in zichzelf gerealiseerd en hij verblijft erin.”

Toen de Bhagavat de betekenis hiervan in zichzelf realiseerde welde—bij die gelegenheid—volgende emotionele en geïnspireerde uitspraak spontaan in hem op:

“Vlekkeloos met een witte huif
Gaat de éénspakige kar zijn eigen weg.
Zie de Onverstoorbare zijn weg gaan:
Hij heeft de stroom afgesneden.
Hij heeft zich van zijn ketens bevrijd!”

Commentaren [0]